Sarah de Waard heeft de master Redacteur/editor aan de UvA gevolgd en werkt sindsdien als freelance redacteur en als sciencefiction- en fantasyrecensent voor Hebban. Ook schrijft ze af en toe nog wel eens een fantasyverhaal.

 

 

 

 

‘Korte verhalen zijn de ideale plaats om te experimenteren. En dan bedoel ik niet alleen met ideeën en plotten, maar ook met allerlei verteltechnieken. Ik hoop op schrijvers die avontuurlijk zijn, en die iets nieuws durven proberen. Een ongewoon perspectief, bijvoorbeeld, of een niet-chronologische manier van vertellen. Verder wil ik levensechte karakters zien die de plot voortstuwen met hun persoonlijkheden en keuzes. Boven alles wil ik vergeten dat ik fictie lees. Ik wil geloven dat de karakters en de gebeurtenissen in een verhaal echt zijn – of echt zouden kunnen zijn. Ik wil met de karakters meeleven en hen aanmoedigen, of juist een enorme hekel aan hen krijgen en hopen dat ze ellendig aan hun eind komen. Denk als schrijver na over welk effect je op je lezers wilt hebben – wil je ze ontroeren, aan het lachen maken, aan het denken zetten? Probeer bewust te bedenken hoe je dit voor elkaar gaat krijgen. Gebruik suggestie en foreshadowing, kies zorgvuldig vanuit wiens perspectief je het verhaal beschrijft en probeer dan ook echt door diens ogen te krijgen. Denk na over wat je wel en niet moet vertellen – wat is er echt nodig, wat kun je schrappen? Je hebt een beperkt aantal woorden; maak er zo goed mogelijk gebruik van.’

 

Tip van Sarah:

  • Vertrouw niet uitsluitend op je idee, de uitvoering is minstens even belangrijk. 

 

Top van Sarah:

  • Een emotie oproepen die me bijblijft, ook nadat ik andere dingen gelezen heb.