“MIJN ADVIES: ONTWIKKEL DAT TALENT”

Esther Scherpenisse is een van de twee organisatoren van de Harland Award Verhalenwedstrijd van 2016. Binnen het organisatieteam houdt ze zich bezig met communicatie en jurywerving. “Laten we met elkaar ook dit jaar weer het fantastische genre vieren.”

Wat was jouw eerste ervaring met de Harland Awards?

“Ha. Dat is elf jaar geleden, in 2005. Ik had voor het eerst meegedaan aan de Paul Harland Prijs en kwam naar de uitreiking. Het was ergens in een zaaltje van een hotel en er waren misschien vijftig mensen – op z’n hoogst. Ik zat met mijn moeder aan een enorme tafel waarvan maar de helft van de stoelen bezet was. Ze liepen de top tien af en ik had mijn naam nog steeds niet gehoord, en zij bleef maar in mijn arm knijpen.

“Toen kwam de top drie, en ik was nog steeds niet genoemd. De nummer drie was niet aanwezig… ene Thomas Olde Heuvelt. En daarna kwam de nummer twee: ‘Iemand die voor het eerst meedoet aan de PHP,’ zei de organisator. En dat was ik dus. De Debutantenprijs van dat jaar was een oorkonde. Ik heb hem nog steeds ergens. Later kwam een man naar me toe die me nog even specifiek wilde laten weten hoe bijzonder hij het vond dat ik zo hoog was geëindigd: Peter Schaap. In de auto terug zei ik gechoqueerd tegen mijn moeder: ‘Peter Schaap heeft me gefeliciteerd’. Dat zei haar helemaal niks, maar voor mij was het het hoogtepunt van de dag.”

In 2013 sleepte je zelfs de hoofdprijs in de wacht. Wat heeft het winnen van de HA jou gebracht?

“Wat het winnen me vooral heeft gebracht, is dat ik mezelf veel serieuzer ben gaan nemen als schrijver. Het helpt als andere mensen die er verstand van hebben tegen je zeggen dat je werk goed is. Dan kun je je niet meer verstoppen achter ‘geen tijd’, ‘geen zin’, ‘ga maar iets doen waarmee je geld verdient’. Ik vind dat als je talent hebt, dat je daar dan aan moet werken. Daarom ben ik ook minder gaan werken, zodat ik één dag in de week aan het schrijven kan besteden. En ik heb sinds 2013 twee boeken geschreven. En heb mijn werk in het Engels laten vertalen. Het verhaal waarmee ik gewonnen heb in 2013 komt bij Space and Time Magazine uit in 2017.”

Dit jaar doe je niet mee aan de wedstrijd, maar help je bij de organisatie. Waarom?

“Ik heb tot nu toe drie keer meegedaan als deelnemer, en ik heb één keer Martijn Lindeboom geholpen met de PR van de website. Minieme bijdragen, vind ik zelf. Vorig jaar had ik geen tijd, door allerlei ziekte en ellende in de familie; maar op het Gala van het Fantastische Boek zei ik tegen Martijn dat ik dit jaar wel weer wilde helpen. Dus heeft-ie me meteen de organisatie in de maag gesplitst.” Ze lacht.

”Maar je bedoelt zeker of er een diepere reden achter zit. Ik weet niet, ik denk dat ik gewoon graag betrokken ben bij de gemeenschap van fantastische schrijvers. Sowieso, bij schrijvers. Ik maak deel uit van een Young Adult-schrijfgroep en dat contact vind ik ook echt geweldig inspirerend. Alleen bij dit soort mensen kun je geeken zonder dat er raar naar je gekeken wordt. Hoe lief mijn sociaal netwerk ook is, sommige dingen snappen ze gewoon niet helemaal.”

Op welke manier wil je dit jaar verschil maken in de wedstrijd?

“Ik werk in de online communicatie, dus ik weet veel van websites, tekstschrijven, social media, en dat soort dingen. Ik hou ervan om daarmee te spelen. Ik hoop heel erg dat ik kan helpen om online contact te krijgen met alle mensen die meedoen aan de wedstrijd, maar ook mensen die gewoon geïnteresseerd zijn in fantasy, sciencefiction en horror en aanverwanten. Dat mensen reageren, met elkaar gaan praten, elkaar boeken en schrijvers van eigen bodem gaan aanraden. En dat we met elkaar ook dit jaar weer het fantastische genre kunnen vieren.”

Welke adviezen zou je de deelnemers willen meegeven?

“Vroeger dacht ik altijd dat als ik echt talent had, dat ik dan al op mijn tiende een bestseller had geschreven. Ik las altijd van die succesverhalen van mensen die op heel jonge leeftijd al een boek hadden gepubliceerd en was dan stikjaloers. En heel erg gedesillusioneerd als ik weer een standaard-afwijzingsbrief kreeg van een uitgever. ‘Past niet in ons fonds’. Maar als ik nu lees wat ik toen schreef, zie ik gewoon wat een bagger dat eigenlijk was. Of, laat ik wat liever voor mezelf zijn: wat een beginner ik toen nog was.

“Dus mijn advies is: ontwikkel dat talent dat je hebt gekregen.

Het is bullshit om te denken dat je meteen aan de top zit. Je moet mensen zoeken die beter zijn dan jij, zodat je je daaraan kunt optrekken. Kritiek zoeken van mensen die er niet op uit zijn om je gevoelens te sparen, maar die je precies aanwijzen waar je het verkeerd doet.

“Kijk: balletdansers die een verkeerde beweging maken, worden gecorrigeerd door hun leraren. Speel je piano, dan krijg je het van je docent te horen als je een verkeerde noot aanslaat. Zo werkt het gewoon. Je moet blijven oefenen, blijven doorschrijven, en je laten corrigeren. Je moet doorzettingsvermogen kweken, want zelfs als je beter wordt, betekent dat nog niet meteen dat je succes krijgt.

“Dat is trouwens mijn tweede advies: reken jezelf niet af op ‘succes’.

Een gigantisch groot deel van succes hangt af van heel veel mazzel hebben. Dat klinkt misschien wat ontmoedigend, we willen graag denken dat onze eigen invloed daarop groter is dan de factor geluk. Maar feit is dat veel mensen op het juiste moment de juiste persoon tegenkwamen en daardoor bekend werden. Dus het is belangrijk om nu al voor jezelf te bepalen wat jij een succes vindt. Is bekendheid voor jou succes? Of hoog eindigen in een wedstrijd? Of is het een succes als je weer een verhaal of een boek af hebt?

Het is een subtiel verschil, maar het bepaalt heel erg hoe je je voelt over je eigen carrière als schrijver. In het ene geval wil je het bijltje er misschien wel bij neergooien, maar in het andere geval kun je gewoon doorgaan ook al staan er nooit mensen voor je in de rij. En ik denk dat als je zelf zo open, zo enthousiast kunt blijven over je schrijverij, dat je dan blijft ondernemen en meer mensen aantrekt. En dat misschien de omstandigheden beter worden om die chance encounter te krijgen die je leven verandert. Maar dat is dan misschien weer wensdenken.” Na een korte pauze voegt ze lachend toe: “Klinkt dat heel erg als iemand die nog geen succes heeft?”

Esther ScherpenisseEsther Scherpenisse (1979) won de Paul Harland Prijs 2013 met haar korte verhaal Ter ziele. Dat verhaal kwam datzelfde jaar uit als e-book en verschijnt binnenkort als Long For This World in Space and Time Magazine. Haar allereerste publicatie was in 2007 Het prismaproject in de bundel Zwarte Sterren 2, waar ook verhalen van Paul Evanby en Thomas Olde Heuvelt in verschenen. Daarnaast publiceerde ze nog twee verhalen in Pure Fantasy.