Interview met Debuutprijswinnares Jacqueline Weers

Jacqueline WeersNaar aanleiding van de uitslag van de Paul Harland Prijs 2014 heeft de organisatie korte interviews gedaan met de vijf prijswinnaars. Lees hier de vijf w’s van de winnares van de Debuutprijs, Jacqueline Weers.
Het interview met de Feniksprijswinnares staat al online en de nummers 1, 2 en 3 volgen binnenkort.

Wie is Jacqueline Weers?
Moeder, schrijfster, vertaalster, natuurfreak, dierenvriend en een eenling die ook wel van gezelschap houdt op zijn tijd. Geboren in Arnhem, jeugd gedeeltelijk in Nederland, gedeeltelijk in het buitenland doorgebracht, na het atheneum communicatiewetenschappen in Groningen gestudeerd, stewardess geworden en jarenlang over de wereld gevlogen, mijn man in Hawaii ontmoet, zes jaar met hem op Maui gewoond, dochter gekregen, mijn passie voor het schrijven tussen de palmbomen ontdekt, in 2008 teruggekomen naar Nederland, 2009 zoon erbij, 2011 gestopt met vliegen om me volledig op het schrijven en vertalen te gaan richten.

Wat ben je voor een schrijver?
Ik neig naar de spannende verhalen/thriller kant met een bovennatuurlijk sausje eroverheen. Vooral de overgang van het gewone/alledaagse naar het onverklaarbare vind ik een interessant onderwerp om over te schrijven. Kinderverhalen schrijven is een andere passie, helemaal als mijn eigen kinderen er hard om kunnen lachen. Meestal ontstaat een idee voor een verhaal vrij spontaan, ik doe er nooit langer dan een dag of twee over om een verhaal op te schrijven. Dan leg ik het een paar dagen weg, waarna ik het twee keer aan een redactieronde onderwerp. Mijn schrijfstijl zou ik als kort en bondig willen omschrijven, ik houd niet zo van eindeloze uiteenzettingen. Minder tekst heeft vaak een grotere impact, laat de lezer zijn/haar fantasie maar gebruiken.

Waar kwam het idee/de inspiratie voor je PHP-verhaal vandaan?
Ik heb een dikke rode kater, Willy (alias Willem in het verhaal). Hij kwam met de inboedel uit Hawaii mee naar Nederland. Mijn kater gaat altijd een beetje vreemd doen als hij sneeuw ziet. Vorig jaar sneeuwde het heel eventjes bij ons in het noorden en Willy deed zijn salto mortale voorstelling in de sneeuw. Toen ik een paar weken later de oproep voor de Paul Harland Prijs op schrijvenonline zag, lag hij zoals gewoonlijk op mijn bureau te slapen. Ik keek naar hem, dacht aan de plotselinge sneeuwbui en toen was het verhaal er gewoon. Ik hoefde het eigenlijk alleen nog maar op te schrijven. Misschien is ‘De sneeuw’ ook een beetje een metafoor voor mijn eigen situatie. De hele dag achter je bureautje zitten schrijven brengt een bepaalde eenzaamheid met zich mee. Ik zeg weleens voor de grap dat Willy mijn enige collega is. Het meisje uit mijn verhaal zit ook alleen binnen met haar kat. Alleen lopen er bij ons geen onderkoelde zombies door de straat.

Waarom wil je graag in de fantastieke genres schrijven?
Dat was eigenlijk niet eens mijn intentie, het is eerder zo gegroeid. Fantasy- en horrorverhalen zijn natuurlijk vaak een beetje eng, en iedereen houdt wel van een spannend verhaal. Ik heb zelf niet zoveel met trollen, heksen en fantasiewerelden. Wat ik wel heel boeiend vind, is het belichten van het duister in onszelf en het gegeven dat het gewone, alledaagse plotseling verandert in het onvoorspelbare, door krachten die buiten onszelf liggen. Dus toch wel een beetje fantasy, maar wel met een sterke link naar de realiteit.

Wanneer ben je van plan om door te breken?
Vandaag dan maar? Nee, ik denk dat ik pas ‘doorbreek’ als een uitgever iets in mij ziet. Omdat ik dat totaal niet in de hand heb, maak ik mij er ook maar niet al te druk over. Momenteel ben ik bezig met mijn eerste boekmanuscript. Mijn grootste uitdaging is voldoende tijd vrij te maken voor het schrijven van zo’n lap tekst. Er moet ook geld verdiend worden en overdag ben ik vooral bezig met vertalen. Wel ben ik naar aanleiding van de wedstrijd mijn website www.detekstelier.com volledig aan het updaten. Er komt een auteurslink bij en een overzicht van mijn tot nu toe gepubliceerde verhalen. Ik besef dat je als schrijver zelf aan de bak moet om aandacht voor je werk te krijgen. Ze komen niet aan je deur kloppen met een boekcontract. Ik vind schrijven vooral ontzettend verslavend en mijn hoofd zit altijd vol met ideeën die eruit willen. Mocht een uitgever daar ooit iets mee willen, prima. Zo niet, gaat het leven ook gewoon door. Ik vind het wel een leuk idee dat misschien ooit, als ik er misschien niet eens meer ben, iemand in de zolderkamer van oma rondsnuffelt, een boek met een publicatie van mij vindt en denkt; “Dat is nou eens een boeiend verhaal!”

Afgelopen woensdag verscheen er ook een interview met Jacqueline in het Harener Weekblad.



LEAVE A COMMENT